In 1999 plaatste de firma Reil uit Heerde een nieuw koororgel in de Bovenkerk. Het orgel werd aan de kerk geschonken door Henk Stoel, een inwoner van de stad Kampen. Het instrument heeft 29 registers: 12 op het Hoofdwerk, 10 op het Bovenwerk, 6 op het Pedaal.

Het 29ste register is een Klaroen, die boven op het dak van het Bovenwerk is geplaatst. De Klaroen wordt bespeeld via een derde klaviertje (vanaf c1), ‘Récit’ genaamd.

Orgelkas

De kas is zodanig gemaakt, dat alles wat aan resonantie wordt ontwikkeld door het pijpwerk in de kas wordt versterkt en omgezet in klank. Dat gebeurt o.asp. doordat de eikenhouten panelen aan de zijden dunner zijn dan in het midden, de constructie zeer hecht is en naar onderen toe een oplopende matenreeks is gehanteerd.

Windlade

Bovenwerklade

Bovenwerklade

De windlade is geen apart onderdeel in het orgel, maar een deel van de kas! De windlade is de krans. De bovenkas staat op de windlade. Er zijn nauwelijks conducten aangebracht, want ook de meeste frontpijpen staan op de lade. Windtechnisch allemaal zeer economisch, maar met name komt dit het rendement van omzetten van resonantie in de klank ten goede.

Pijpwerk

Voor het pijpwerk heeft het Bader-orgel van de St. Walburgiskerk in Zutphen als voorbeeld gediend. Het oude pijpwerk is wetenschappelijk onderzocht en op basis daarvan is het pijpwerk voor Kampen op dikte gegoten en gehamerd. Daarna zijn de hamerslagresten van de frontpijpen verwijderd en zijn deze voorzien van tinfolie.

De pijpen zijn gemaakt zonder kernsteken. Eerst ‘spuckt’ dat soms nog wat, maar dat gaat ook weer vanzelf weg. Het geluid is enorm draagkrachtig, maar toch niet luid. Ook de tongwerken zijn zonder lood- of leerbeleg gemaakt.

Windvoorziening

De longen van het orgel in de kelder

De longen van het orgel in de kelder

Onder het orgel is een kelder gemaakt waarin de hele windvoorziening is ondergebracht. Twee met elkaar verbonden keilbalgen vormen de longen voor dit orgel.

Klankconcept

De klank van het koororgel heeft zijn uitgangspunt in het midden van de zeventiende eeuw, dat behoeft het spelen van muziek uit andere perioden niet uit te sluiten.

Het orgel bezit een rijk klankpalet: een groot plenum op het Hoofdwerk, aangevuld met een 16-voets Quintadeen en een 16 voets Fagot die de ‘Gravität’ aan de klank toevoegen, en een kleiner, minder uitgewerkt plenum op het Bovenwerk. Daarentegen biedt het Bovenwerk weer een rijkere schakering aan fluitregisters in verschillende bouwwijze en mensuren. De keuze voor de tongwerken mensuren is vooral ingegeven door de 18e eeuwse traditie, ook de Cornet kan aan deze klankwereld worden toegeschreven. Het Pedaal verenigt de basfuncties, continuo- en solospel in zich, binnen een beperkte dispositie. Als een extra feestelijke toegift kan tenslotte de Klaroen ten gehore worden gebracht.

Stemming

Het nieuwe orgel is qua stemming niet afgestemd op het Hinsz-orgel. Samenspel is dan ook niet mogelijk. Het is hier ook geen cultuur geweest om twee of meer orgels, zoals in zuidelijke landen, in vraag en antwoordspel te laten klinken. In de Bovenkerk is gekozen voor een op zichzelf staand instrument dat geschikt moet zijn om met andere instrumenten te kunnen samenspelen. Het Hinsz-orgel is een orgel uit een heel andere tijd, de galantere tijd. Dat Hinsz-orgel is gewoon een fantastisch bezit, maar het is een andere mooie vrucht dan die uit de renaissance. Het is vanuit een ander denkbeeld gemaakt.

Speeltafel en dispositie

Speeltafel koororgel

Speeltafel koororgel

Hoofdwerk Bovenwerk Récit
Praestant 8′  # Praestant 4′  # Klaroen 2 st.
Quitadeen 16′ Gedekt 8′
Gedekt 8′ Quintadeen 8′ Pedaal
Octaaf 4′  # Roerfluit 4′ Octaaf 8′
Spitsfluit 4′ Nasard 3′ Subbas 16′
Quint 3′ Gemshoorn 2′ Octaaf 4′
Octaaf 2′ Octaaf 2′ Nachthoorn 2′
Sesquialter 2 st. Quintfluit 1 1/3′ Bazuin 16′
Cornet 4 st. Mixtuur 1′ 3-4 st. Trompet 8′
Mixtuur 2′ 4-5 st. Dulciaan 8′
Trompet 16′
Trompet 8′ #: discant dubbel
Hulpregisters
Manuaalkoppel
Schuifkoppel
Koppel Hoofdwerk – Récit
Pedaalkoppel – Hoofdwerk
Pedaalkoppel – Bovenwerk
Tremulant  (gehele orgel)
Cymbelster
Bijzonderheden
Manuaalomvang : C, D – e”’
Manuaalomvang (Récit) : c’ – e”’
Pedaalomvang : C, D – d’
Toonhoogte : a = 440 Hz. bij 16° C
Stemming: Kellner
Bouwjaar: 1999
Bouwer: Firma Reil uit Heerde; www.reil.nl

Klankdemo’s

De volgende geluidsfragmenten geven een indruk van de klankrijkdom van het Reil-koororgel.

Partita ‘Sei gegrüsset, Jesu gütig’ (BWV 768) – J.S. Bach
Variatie 2: Praestant 8′ van Hoofdwerk

 

Variatie 4: Holpijp 8′ van Hoofdwerk

 

Variatie 10: Holpijp 8′ (linkerhand) van Hoofdwerk.
Gedekt 8′, Roerfluit 4′, Nasard 3′ van Bovenwerk. Subbas 16′ van Pedaal. Pedaal gekoppeld aan Hoofdwerk en Tremulant aan.

 

Fantasie en fuga in g (BWV 542) – J.S. Bach
Fuga: Praestant 8′, Octaaf 4′, Quint 3 en Octaaf 2′ van Hoofdwerk.
Quintadeen 8′, Gedekt 8′, Prestant 4′, Octaaf 2′, Mixtuur 3-4 st. van het Bovenwerk. Subbas 16′, Octaaf 8′, Octaaf 4′ Nachthoorn 2′ en Trompet 8′ van het Pedaal. Pedaal is gekoppeld aan Hoofdwerk en Bovenwerk en Hoofdwerk is gekoppeld aan Bovenwerk.

 

De muziekfragmenten zijn afkomstig van de CD ‘HET REIL KOORORGEL’ door Ab Weegenaar, de huidige organist van de Bovenkerk. Meer CD’s met muziek van het Reil-orgel vindt u op zijn homepage: www.abweegenaar.nl.